maandag 5 april 2021

Mijn reconstructie en beoordeling van het recente politieke gekonkel (22 maart-1 april 2021)

Sinds verkenner Ollongren is gefotografeerd met leesbare notities en daarop “positie Omtzigt, functie elders” te zien was, sta ik op scherp. Is de Haagse politiek zo verrot dat men het Kamerlid probeert weg te werken dat de Toeslagenaffaire (mede) boven water heeft getild? Ik heb alle ontwikkelingen daarna op de voet gevolgd en die de afgelopen paasdagen nog eens aan mijn geestesoog voorbij laten komen. Dit is hoe ik denk dat de vork in de steel zit.

Maandag 22 maart
Mark Rutte, voorman van de grootste partij na de verkiezingen, wordt als eerste ontvangen door de net aangestelde verkenners. Hij voelt zich op zijn gemak bij hen. Annemarie Jorritsma is een politieke VVD-vriendin en D66'er Kajsa Ollongren is minister in zijn kabinet. Bovendien werkte hij ooit nauw met Ollongren samen; zij was secretaris-generaal op het departement Algemene Zaken waar hij nog steeds de scepter zwaait. De verkenners kennen hem en de Haagse mores en dat vindt Rutte fijn.

Rutte voel zich in het gesprek veilig en spreekt vrijuit over de instabiliteit van het CDA, die hij toch graag in het kabinet wil. Omtzigt morrelt als kritisch Kamerlid aan zaken waar Rutte zich juist senang bij voelt - en die is hij liever kwijt dan rijk in die positie - en daarom gooit Rutte subtiel de optie op de tafel dat Omtzigt wel minister kan worden. Jorritsma denkt vrijuit met Rutte mee en gooit het voorzitterschap van de Tweede Kamer op tafel als optie.

Oordeel: dit is een heel fout Haags gesprek. Ruttes heimelijke doel is een-kritisch-Kamerlid-wegpromoveren. En Jorritsma doet mee. 

Gedrieën weten ze dondersgoed dat dit onderwerp niet hoort in dit gesprek en daarom maken de verkenners hiervan zelf geen aantekeningen. Dit blijft onder ons, denken ze. 

Oordeel: geraffineerde Haagse mores van Jorritsma en Ollongren. 

Bij dit gesprek zijn ook twee ambtenaren van Algemene Zaken aanwezig om de verkenners te ondersteunen. Zij schrijven alles op, ook het bovenstaand gesprekje over Pieter Omtzigt. De daarnaast uitgesproken persoonlijke woorden over hem vatten ze in hun aantekeningen samen met ‘allerlei PO’. 

Donderdag 25 maart
De verkenners willen vandaag eerst met Rutte en daarna met Kaag om de tafel. De twee ambtenaren hebben de verkenners een A4’tje gegeven met wat zij aandachtspunten vinden voor de gesprekken. 

Zinnen op dit A4’tje waren dus zichtbaar toen Ollongren gehaast naar de auto liep op het Binnenhof omdat ze een positieve corona-uitslag had. Het stukje waar alles om draait is “positie Omzigt, functie elders”. Dit leek volgens de ambtenaren een belangrijk punt voor die dag op grond van wat zij eerder gehoord hadden in het gesprek tussen Rutte en de verkenners. 

Het is overigens de vraag of Jorritsma en Ollongren deze notitie voordat hij uitlekte hadden gelezen. Ik ben licht geneigd ze te geloven van niet. Maar het kan ook wel zo zijn. In dit laatste geval hebben ze op 1 april in de Kamer ook hierover gelogen. 

’s Avonds wordt Rutte door de NOS bevraagd over of hij weet waar de zin vandaan komt. Hij voelt dat er nattigheid is als hij erkent dat hij over andere functies voor Omtzigt gesproken heeft. “Ik heb het niet over Pieter Omtzigt gehad”, zegt hij stellig. Dit is een leugen. Ik kon het op dat moment aan zijn gezicht zien en aan zijn stem horen dat hij loog (niet dat dit een bewijs is, natuurlijk).

Oordeel: moreel verwerpelijk en ondermijnt vertrouwen in Rutte. 

Hij legt daarna aan de journalist uit dat het niet mogelijk is voor de Kamer om de verkenners te bevragen over de inhoud van het gesprek, want ze zijn geen verkenners meer. (Waarom doet hij dit? Hij is in paniek dat het dan uitkomt dat hij over Omtzigt heeft gesproken.)

Oordeel: moreel verwerpelijk. Rutte probeert uit persoonlijke motieven een democratisch proces rondom openheid te beïnvloeden. 

Maandag 29 maart
De verkenners sturen een brief aan de Kamer, met daarin de zin "Geen van de fractievoorzitters heeft met ons gesproken over de heer Omtzigt."  Dit is een leugen. 

Oordeel: moreel verwerpelijk en ondermijnt vertrouwen in Ollongren en Jorritsma.

Woensdag 31 maart
De net geïnstalleerde Tweede Kamer heeft die verkenners uitgenodigd om uitleg te krijgen. Eerst eist de Tweede Kamer inzage in alle documenten en aantekeningen rondom te verkenning. Rutte vindt dat laatste niet nodig. (Natuurlijk niet, want dan komt zijn leugen uit èn komt uit dat hij probeert Omtzigt een andere plek te laten krijgen).

Oordeel: moreel verwerpelijk. Rutte probeert uit persoonlijke motieven een democratisch proces rondom openheid te beïnvloeden. 

De meerderheid van de Kamer wil toch alle documenten zien. Rutte doet nog een laatste poging: “Geef de aantekeningen over mijn gesprek maar vrij, maar doe dat aub niet met de andere gespreksverslagen. Dat roept waarschijnlijk veel ongewenste emoties op.” (Waarom doet hij dat? Ik denk om sympathiek over te komen en een vorm van controle te houden.) De Kamer gaat er niet in mee. Het debat wordt een dag uitgesteld.

Donderdag 1 april
De openbaar gemaakte aantekeningen van de ambtenaren tonen aan: Rutte had het weldegelijk over Pieter Omtzigt gehad met Jorritsma en Ollongren. 

Rutte verklaart in de Kamer dat hij eerder voor de NOS-microfoon naar eer en geweten zei wat hij zich toen kon herinneren. Dit is natuurlijk een leugen. (Hij heeft deze truc in het verleden vaak toegepast als hij in de knel kwam.)

Oordeel: moreel verwerpelijk en ondermijnt vertrouwen in Rutte. 

Rutte verklaart in de Kamer dat hij die ochtend om half acht is geïnformeerd dat in zijn gespreksverslag weldegelijk zinnen over Omtzigt staan. De rest van de Kamer kon om 9 uur het materiaal inzien. 

Oordeel: moreel verwerpelijk. Via Haagse contacten wordt Rutte in tijd beoordeeld.

Rutte wil in de Kamer niet zeggen wie hem om half acht heeft geïnformeerd. 

Oordeel: moreel verwerpelijk. Rutte vindt iets anders belangrijker dan een democratisch proces rondom openheid. 

Dan komen verkenners Jorritsma en Ollongren aan het woord. Beiden bieden excuses aan voor het feit dat ze schreven "Geen van de fractievoorzitters heeft met ons gesproken over de heer Omtzigt.” Ze zeggen dat ze zich toen niet konden herinneren dat het in het gesprek met Rutte over Omtzigt was gegaan. Ze hebben dit helaas niet meer in de gespreksverslagen kunnen checken, zeggen ze, “omdat ze geen toegang meer hadden tot de stukken”. 
Deze verdedigingslinie is doorzichtig Haags. Het zich niet herinneren is natuurlijk een leugen. 

Oordeel: moreel verwerpelijk en ondermijnt vertrouwen in Ollongren en Jorritsma. 

Mijn conclusie
Rutte, Jorritsma en Ollongren zijn mijn vertrouwen kwijt en het lijkt me het beste dat ze uit ons openbaar bestuur verdwijnen.

donderdag 30 januari 2020

Kleine aanvullingen op 't Hooge Nest

Ik vind het een indrukwekkend boek: 't Hooge Nest van Roxane van Iperen. Meeslepend geschreven en het geeft de indruk volledig op feiten gebaseerd te zijn.

Een beetje verbaasd was ik echter wel toen ik in mijn editie (de ePub) achterin, bij de gegevens over de mensen die in het boek voorkomen, hetvolgende zag staan:

(klik erop voor een vergroting)

Zowel bij Harm Krikke als bij Willem Punt staan vaagheden. Het lijkt me een kleine moeite om deze gegevens te achterhalen - ook voor Van Iperen - maar blijkbaar lukte het haar niet meer. Deadline te halen, of zo? Het staat trouwens ook zo in de papieren versie van het boek.

Toch maakt het op mij een wat slordige indruk en dus mailde ik haar en haar uitgever met het aanbod dat ik daar wel even tijd in wil steken, als dat nog nodig is. Geen reactie. Vast allebei druk met vanalles. Maar ook dat vind ik slordig.

Nationaal Archief
Vandaag een kwartiertje in het Nationaal Archief gekeken in de processtukken in de zaak tegen Eddie Moesbergen. 'Maar' een kwartiertje, want ik was er om een andere reden. 

Wat zag ik?

* Harm Krikke, geboren op 20-3-1891 in Scheemda (niet 1896, dus).
* Willem Punt, geboren op 12-10-1894 in Holysloot.

(Met deze gegevens kun je gemakkelijk doorzoeken, oa in het Nationaal Archief).

Wat me ook opviel is de getuigenis van de Huizense agent Boellaard. Hij zegt dat hij samen met zijn collega De Waal de drie SD-mannen vergezelde naar 't Hooge Nest. In het boek heet deze man Hiemstra. Het kan goed zijn dat de getuigenis die ik las niet klopt en dat het dus echt Hiemstra moet zijn (ik heb het echt bij dat kwartiertje gehouden met onderzoeken), maar ik meld het maar even.

En er is nog een Huizense agent, Jan Pieter Wildeboer (ten tijde van het verhoor in 1946 dertig jaar oud), die in zijn verhoor zegt 's avonds naar 't Hooge Nest gestuurd te zijn om daar 'gearresteerde joden op te halen'. Dit staat niet in het boek.

Dawast.

Reacties
13-7-2020: ik krijg een mail van een kleinzoon van agent Boellaard, Bas Boellaard. Volgens zijn onderzoek, gebaseerd op archieven in Huizen (oa politierapporten) klopt het dat Boellaard en De Waal met de SD’ers meegingen. En ook dat Wildeboer ‘s avonds nog naar ‘t Hooge Nest is geweest. Op het journalistiek gehalte van Van Iperens boek is dus af te dingen.

2-12-2020: mail van Guus van Veldhuizen, met een identiek verhaal. Ook hij zag de leemtes, ging speuren en zocht contact met de uitgever. "Tot nu toe geen reactie", schrijft hij me.

Aanvullingen van zijn kant:
* Rhijnvis Feith, geboren op 21-7-1909 in Utrecht, overleden op 13-1-1964 in Den Haag.
* Willem Punt, overleden op 31-3-1963 in Amsterdam.

3-12-2020: De uitgever heeft gereageerd op Van Veldhuizen. Hij heeft in reactie daarop nu al onze aanvullingen gemeld.
 

woensdag 7 maart 2018

Wethouder Hekking Gebouw


Het WTC in Utrecht: ook wel het Wethouder Hekking Gebouw (foto: JT)

Zie: http://www.nieuws030.nl/columns/terlingen-wethouder-hekking-gebouw/

woensdag 8 november 2017

De geheimen van Betje Boerhave

Voor de site Nieuws030 schreef ik (Jim Terlingen) op 7 september 2017 een artikel over Betje Boerhave. Naar aanleiding hiervan pakte het AD het nieuws op dat Betje een verzinsel is.

Hieronder de tekstuele versie van mijn artikel (zonder afbeeldingen):

'Even opzoeken wat haar geboorte- en sterfjaar is', denk ik terwijl ik mijn computer aanzet. Kruideniersvrouw Betje Boerhave is in onze stad bekend door haar dagboek en vanwege het naar haar genoemde kruideniersmuseum op het adres Hoogt 6. In een van de dagboekdeeltjes staat een interessant verhaal over een incident in de binnenstad van Utrecht. Omdat ik daarover wil schrijven en haar daarbij wil opvoeren als bron, ga ik op het internet.

De zoekmachine levert veel resultaten op, maar of het nu gaat om Wikipedia, een artikel in het NRC of een toeristische webpagina, er staat alleen 'Utrechtse kruideniersvrouw uit de 19e eeuw'. Dat vind ik vreemd, want in haar dagboek staat ze gedetailleerd vermeld met voor- en achternaam (Elisabeth Boerhave-Cramer) en ook haar familie wordt uitgebreid beschreven. Een genealogie-site zou me zo de jaartallen moeten kunnen geven.

Ik surf verder. Overal lees ik dat het dagboek in 1974 is gevonden onder de vloer van Hoogt 6, het pand waar dat jaar het 'Museum voor het Kruideniersbedrijf voorheen Betje Boerhave' wordt gevestigd. Ze zou op deze plek vroeger een kruidenierswinkeltje hebben gehad. Met dit verhaal opent overigens ook ieder dagboekdeeltje.

Op één website lees ik zonder verdere uitleg de woorden 'gefingeerd dagboek'. Dit triggert me. Hoe kan het dat ik tot nu toe – ook in kwaliteitskranten - alleen maar het tegenovergestelde heb gelezen? Het zet me op een spoor waarmee ik de uren en dagen daarna zoet ben. Als ik mijn lieve 70-plus-buren een week later mijn conclusies vertel, kijken ze of ze het in Keulen horen donderen. Ze waren fans van Betje.

De harde waarheid
Wat op die ene website staat, is waar. En wat ik heb ontdekt, gaat nog verder: Betje Boerhave-Cramer heeft helemaal niet bestaan. Jan Veenhoven, de initiatiefnemer van het museum, heeft deze naam zelf bedacht en de dagboeken zelf geschreven. Hij verwerkte in de dagboeken veel elementen in uit zijn eigen leven en familie. De naam van de kruideniersvrouw ontleende hij aan zijn oma, Elisabeth Veenhoven-Boerhave (1840-1925). Deze vrouw is geboren in Oosterdiep (Veendam) en gestorven in Wildervank (Groningen).

Op het moment dat kruideniersvrouw Betje volgens haar dagboek in Utrecht van alles beleefde, bracht de echte Betje in werkelijkheid in Wildevank haar kinderen ter wereld. Ze was de vrouw van een gemeenteambtenaar, Willem Veenhoven. In het dagboek heet haar man Willem Boerhave.
Het bevolkingsregister van het Utrechts Archief toont aan dat Betje en haar man nooit in Utrecht hebben gewoond. En een kruidenierswinkel was er niet op Hoogt 6. Het verhaal van de vondst van de dagboeken kan alleen al op grond hiervan niet waar zijn.

Hoe het begon
Utrecht maakt kennis met de inhoud van het dagboek door de wekelijkse feuilleton ‘Betje Boerhave’s Winkelpraat’ in het Utrechts Nieuwsblad. Tussen 26 februari 1974 en 29 november 1975 verschijnen in totaal 92 afleveringen.

Iedere aflevering wordt ingeleid met: "Onder de vloer van het kruidenierswinkeltje Hoogt 6, is het dagboek gevonden van de kruideniersvrouw Betje Boerhave'. Vandaag de aflevering van haar dagelijkse notities over wat zich honderd jaar geleden in dezelfde periode afspeelde.'

Het hele dagboek verschijnt – in zeven deeltjes - tussen 1974 en 1977 in boekvorm. De uitgever is dezelfde kleinzoon, mr. Jan Veenhoven. Een nicht van hem, Lies ter Horst-Veenhoven, illustreert ze.

Tot in de jaren tachtig schrijft Veenhoven meerdere boekjes die afgeleid zijn van 'zijn gecreëerde Betje'.

Stilte in de media
Niet alleen het Utrechts Nieuwsblad trapt erin. In die tijd nemen alle kranten het fantasieverhaal over.
In 1983 biecht Veenhoven zijn leugen publiekelijk op. Hij erkent op de laatste pagina’s van zijn boek 'Tekst en uitleg' dat de vondst is verzonnen en dat hij de dagboeken zelf heeft geschreven. De reacties blijven uit. Ik heb geen artikel in het UN kunnen vinden waarin aan de lezers werd gemeld dat ze twee jaar lang in de krant wekelijks voor het lapje zijn gehouden. Dat is toch apart.

Het verhaal is eigenlijk nog sterker: toen het museum in 1974 werd geopend door de vrouw van wethouder Kieboom van Culturele Zaken, zei zij in haar toespraak dat de gemeente heeft vastgesteld dat op Hoogt 6 nooit een kruidenierszaak heeft gezeten. Ook dat heeft de media – naar wat ik achteraf heb kunnen vaststellen - nooit gehaald.

Gedachte
Is dit eigenlijk erg, allemaal? Zegt u het zelf maar. Het is in ieder geval onwaar. Het baart me meer zorgen dat de fantasieverhaaltjes van Veenhoven zo onuitroeibaar zijn en nog steeds in allerlei media opduiken. In 2016 bijvoorbeeld nog in de Telegraaf en het Nederlands Dagblad.

In sommige uitingen van het museum (website, foldertjes) worden de leugentjes ook nog steeds verkondigd. Het beeld van "het romantische kruidenierswinkeltje – anno 1873 – Betje Boerhave" en het "authentieke dagboek" wordt nog steeds overeind gehouden.

Tsja, commerciële belangen.

Wie is de man die iedereen om de tuin leidde?
Het leven van Jan Veenhoven (1907-1990) blijkt ook een verborgen kant te hebben. Hij is geboren in het Zuid-Hollandse plaatsje Goedereede. Op zijn 30e rondde Veenhoven zijn studie rechten af. Hij werkte voor de oorlog onder andere als ambtenaar bij de Postgiro.

In de Tweede Wereldoorlog ontpopte hij zich als een overtuigd nationaal-socialist. Hij was op de Maliebaan in Utrecht onder andere 'chef de bureau' van NSB-kopstuk Van Geelkerken. Na de oorlog werd Veenhoven hierom als politiek delinquent geïnterneerd. Hij mocht na zijn vrijlating zijn beroep als jurist niet meer uitoefenen. Het is in dit verband opvallend dat hij in de dagboekenreeks van Betje juist erg hechtte aan die meester-titel.

Veenhoven werd na de oorlog directeur van een organisatie in de levensmiddelen-branche, in welke hoedanigheid hij aan de wieg stond van het museum Betje Boerhave.

Jan trouwde in zijn leven drie keer en scheidde evenzovele keren. Hij kreeg vier kinderen, waarvan sommigen nu nog leven. Eén van hen is de nu 83-jarige gevierde actrice Ineke Veenhoven. Zij zei over de reden waarom haar ouders in 1940 scheidden in een radio-interview in 2014: "Mijn vader hield behoorlijk van de dames".

Otto Veenhoven (1935-2012), ook een kind uit Jans eerste huwelijk, heeft een wel zeer opmerkelijk verhaal. Hij schreef in 2003 het boek 'Sunny Home' waarin hij een moord opbiechtte. Als twintigjarige zou hij in 1955 de tweede man van zijn moeder van het dak geduwd hebben. Sommige mensen beweren dat Otto het verhaal gefantaseerd heeft. Dat is niet uit te sluiten, gezien de genen waarmee hij behept was.

In zijn boek 'Tekst en Uitleg' weidt Jan Veenhoven geen woord aan de donkere kant in zijn verleden.

Slotgedachte
In mijn tienerjaren kwam ik met regelmaat bij 'Betje' om er zakjes Wilhelmina-pepermunt te halen. De nostalgische sfeer in de winkel vond ik eerlijk gezegd nogal gemaakt. Ik geloofde er simpelweg niet in. Na dit onderzoekje weet ik waarom.

zaterdag 4 juni 2016

Joods Monument in Utrecht

Dit voorjaar ging er veel energie van mij naar (de fouten op) het Joods Monument in Utrecht. Een vervelende, niet positieve zaak. Maar het moest, vond ik, het openbaar maken van deze ongemakkelijke waarheid.

de onthulling op 29 oktober 2015 (foto: JT)

Ik heb alle publicaties verzameld op http://joodsmonument.blogspot.nl.