Hier zet ik kort op een rij wat ik heb achterhaald over Bewarings- en Verblijfskamp 'Rhijnauwen', kortweg 'Kamp Rhijnauwen', dat in de periode 1945-1948 in Utrecht heeft bestaan.
Niet te verwarren met (het nabijgelegen) Fort Rhijnauwen, dat in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werd gebruikt als munitieopslagplaats en waar honderden (verzets)mensen zijn geëxecuteerd.
Ik ben dit onderzoek gestart omdat ik van iemand ontdekte dat hij vastgezeten heeft in Kamp Rhijnauwen en ik geen kant-en-klare informatie over het kamp heb kunnen vinden.
Op dit moment ben ik nog steeds bezig met mijn onderzoek naar Kamp Rhijnauwen. Mocht u een uitgever zijn of kennen die geïnteresseerd is in het doen verschijnen van een historisch boekje over dit onderwerp, dan houd ik mij aanbevolen.
As u informatie uit dit artikel wilt gebruiken, dan vind ik dat goed op één voorwaarde: bronvermelding en het mij op de hoogte brengen daarvan.
Jim Terlingen uit Utrecht
Algemeen
Kamp Rhijnauwen is een kamp voor 'foute Nederlanders' geweest ná de Tweede Wereldoorlog (in de volksmond: een NSB-kamp).
In afwachting van hun berechting werden politieke delinquenten in het hele land opgesloten in ‘bewarings- en interneringskampen'. Daartoe werden allerlei gebouwen gebruikt: kazernes, oude forten, fabrieken en scholen en ook de voormalige concentratiekampen Westerbork, Vught en Amersfoort. Sommige kampen werden speciaal voor dit doel gebouwd.
Weiland
Kamp Rhijnauwen werd na de bevrijding in 1945 gebouwd op een weiland buiten de stad.
De precieze locatie: aan de linkerkant van de Weg naar Rhijnauwen, tussen het huis 'de Eik' en Fort Rhijnauwen. Zie het rode kruis in de afbeelding hieronder (dat ik zelf gefotoshopt heb; klik op de afbeelding voor een vergroting):
Het kamp bestond uit houten barakken, hoog prikkeldraad met op de hoeken vier wachttorens. Op deze tekening van K. Braak uit oktober 1945 is het kamp nog in aanbouw (
klik erop voor een vergroting).
Mannenkamp
Kamp Rhijnauwen was een mannenkamp. Toen het in bedrijf werd genomen, in november (?) 1945, verhuisden de mannen die in Fort de Bilt geïnterneerd waren (ook in Utrecht) er naartoe. Fort de Bilt werd vanaf toen een vrouwenkamp.
In de Utrechtse regio werden kinderen van ouders die beiden vastzaten (bijvoorbeeld: de man in Kamp Rhijnauwen en de vrouw in Fort de Bilt) geplaatst in het Tehuis voor Oorlogspleegkinderen in Huis ter Heide.
Aantal
Over het aantal mannen dat in kamp Rhijnauwen geïnterneerd is geweest, ken ik tot nu alleen schattingen.
De eerste is: minstens 842.
Want: in de zomer van 1945 zaten in Fort de Bilt 842 mannen, die mogelijk/waarschijnlijk allemaal in november 1945 naar kamp Rhijnauwen zijn gegaan.
De tweede is 500.
Taselaar meldt dat in zijn artikel (zie bronnen).
De derde is 1000.
Dit cijfer komt voor in een notitie uit april 1947 dat te vinden is in het archief van het Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging
over Kamp Rhijnauwen.
Werkzaamheden
De mannen werkten buiten het kamp op diverse werkplekken. Ze werden dan 's ochtends onder begeleiding van van kampbewaarders opgehaald en naar hun werkplek vervoerd.
Deze plekken waren onder andere: Firma Jongerius aan Kanaalweg, Metaalwarenfabriek Meijer-Greeve en het voetbalveld achter de RK-kerk in Bunnik (egaliseren).
Werknemers
Om het kamp draaiende te houden zijn op 1 januari 1947 in totaal 280 mensen in functie. Naast de kampcommandant zijn dat onder andere: bewakers (deze heten 'bewaarders'), koks, een kamparts, verplegers, chauffeurs, telefonisten, administrateurs, magazijnmeesters, een aalmoezenier en een sociaal verzorger.
Omstandigheden en incidenten
In sommige interneringskampen zijn de omstandigheden zeer slecht geweest. De schattingen over het aantal doden in deze kampen lopen uiteen van 577 (cijfers justitie) tot meer dan duizend.
Volgens Taselaar (zie bronnen) hebben de gedetineerden in Kamp Rhijnauwen het allemaal overleefd.
Het kamp kent wel een aantal incidenten.
1946
Op 13 februari 1946 brengt een Tweede Kamercommissie een bezoek aan Kamp Rhijnauwen, in haar onderzoek naar de omstandigheden in interneringskampen.
In haar verslag wordt melding gemaakt van een nachtelijke strafexpeditie die als collectieve straf zou zijn opgelegd naar aanleiding van het opstoken van een houten krib. Daarbij zou een hartpatiënt zijn overleden. "Onderzoek is gewenst," staat in het verslag.
Rhijnauwen wordt in het verslag verder nog genoemd als kamp waar de capaciteit van de medische voorzieningen "te wensen overlaat".
In april/mei laat de commandant van kamp Rhijnauwen vlak voor de terdoodveroordeling van NSB-leider Mussert (op 7 mei) een aantal gedetineerden een bezoek aan hem brengen. Hij krijgt daarvoor een reprimande.
In september is er in het vrouwenkamp Fort de Bilt schade aan een dak van een barak door een hevige storm. Een groep gedetineerden uit Kamp Rhijnauwen komt met een vrachtwagen om mee te helpen het dak te repareren.
Er ontstaat chaos. "Ze riepen allemaal: dat is mijn man! En in een mum van tijd waren de mannen en vrouwen over het hele terrein uitgezwermd", aldus kampcommandant Hijink in het boekje over het kamp in Fort de Bilt (zie bronnen). Ze diende een klacht in tegen de commandant van Kamp Rhijnauwen.
1947
Eind maart 1947 ontsnapt de voormalige SS'er Pagie uit het kamp. Hij wordt ook weer gegrepen:
In juni 1947 ontstaat een rel over de gedetineerde Charles Quéré, architect, actief NSB-lid en tijdens de bezettingsjaren wethouder in Utrecht. Hij mocht, tot grote ontevredenheid van zijn collega's, doorwerken in het kamp. De kampcommandant zou een rol als bemiddelaar hebben. Quéré mocht eentiende van zijn honorarium houden.
In dezelfde maand blijkt dat in het kamp een lezing is gegeven door ds. Banning, Tweede Kamerlid van de PvdA, over het communisme. Hij zou daar hebben gezegd dat deze stroming een groot gevaar is, tot groot ongenoegen van de Communistische Partij.
Veel gedetineerden werken als monteur bij autofirma Jongerius. Om ze te stimuleren om hard te werken aan een spoedopdracht voor het leger, krijgt het kamp van het bedrijf 'zwart' sigaretten, brood en melk. Ook dit valt niet bij iedereen goed.
In de zomer van 1947 bleef het nabijgelegen Zwembad Kromme Rijn dicht door de verontreiniging van het zwemwater door "het vuile waswater, het vuil uit de latrines en meer onreinheden van het kampterrein". Een idee om het kamp te verplaatsen, werd gesteund door het gemeentebestuur, maar zover is het niet gekomen.
Einde kamp
Op 15 januari 1948 verliet de laatste politieke delinquent kamp Rhijnauwen. De liquidatie van het kamp kon beginnen.
In september van dat jaar werden vijf barakken gesloopt. De gemeente Utrecht kocht deze van het Rijk voor 25.000 gulden. Twee kregen een functie bij de politie; de andere werden ingezet als noodscholen.
Bronnen
De bronnen die ik (tot nu toe) voor dit stuk heb gebruikt, zijn:
- Beeldbank van het Utrechts Archief
- Krantenarchieven
- Verhaal van 'een buurman' van het kamp
- Informatie uit dossiers van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR)
- Verblijfs- en bewaringskampen in Nederland na de Tweede Wereldoorlog, R E Taselaar, De postzak No. 210, jul. 2011
- Fort De Bilt, NSB-vrouwenkamp 1945-1946, Jan Durk Tuinier en Geu Visser, Sichtings Vredeseducatie Utrecht, ISBN 90-75104-13-8
Links
Een informatieve pagina over interneringskampen (vooral gericht op de regio Amsterdam) staat op
http://www.stelling-amsterdam.nl/stelling/extra/kampen/index.html.